FR NL
Sneeuw op het Belgische spoor

Winterplan Infrabel: inzet antivriesmiddel en het alertsysteem wisselverwarming

Infrabel heeft dit jaar een aantal nieuwigheden doorgevoerd in haar jaarlijkse winterplan. Zo wordt er voor het eerst grootschalig gebruikgemaakt van antivriesmiddel in plaats van de schraaptrein. Daarnaast is ook het alertsysteem van de wisselverwarming dit jaar geautomatiseerd. De stiptheidsmanager van het overheidsbedrijf, die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de seizoensplannen, licht in een interview met RailTech de nieuwigheden toe.

De astronomische winter mag dan wel beginnen op 21 december 2021, bij de Belgische spoorwegen is het winterplan al op 1 november ingegaan. De winter is een van de drie seizoenen waarbij een seizoensplan in werking treedt bij de infrastructuurbeheerder en allerlei preventieve maatregelen genomen worden. De andere seizoenen met zijn de zomer (vanaf 15 april) en herfst (vanaf 21 september).

Het winterplan van Infrabel wordt, net als de andere seizoensplannen, jaarlijks vastgesteld in nauw overleg met NMBS, de belangrijkste klant op het Belgische spoor. Waarom niet hetzelfde plan als het jaar daarvoor gebruiken? “Elk jaar heb je te maken met andere omstandigheden en voortschrijdend inzicht”, antwoordt Eddy Vlaeminck, head of punctuality, oftewel stiptheidsmanager, bij Infrabel. “De seizoensplanning is er om de stiptheid van het treinverkeer te garanderen”, verklaart hij waarom dit onder zijn verantwoordelijkheid valt.

Antivriesmiddel in plaats van schraaptreinen

Een van de voorbeelden van het voortschrijdend inzicht is het antivriesmiddel dat dit jaar voor het eerst uitsluitend wordt ingezet om bovenleidingen ijsvrij te houden. IJsvorming op de bovenleiding kan ervoor zorgen dat de stroomafnemer geen contact kan maken. Hierdoor kunnen treinen stilvallen en kan er een domino-effect optreden met vertraging op het hele spoor als gevolg. Dit verschijnsel kwam in de winter van 2018-2019 in totaal 33 keer voor en veroorzaakte in totaal zo’n 80 uur vertraging.

Rijmtrein van Infrabel voorkomt ijzelvorming op de bovenleiding in de winter

In dat jaar werden de bovenleidingen ’s ochtends vroeg met een schraaptrein ijzelvrij gemaakt. Het inzetten van deze treinen heeft zijn nut bewezen volgens Vlaeminck. “Maar het gebruik van het antivriesmiddel heeft een aantal bijkomende troeven.” Dat bleek uit een aantal proeven die vanaf 2019 zijn uitgevoerd. Het biologisch afbreekbare middel wordt onder oog van een lasercamera op de bovenleiding gespoten en zorgt ervoor dat de ijzel of rijm zich niet goed kan vasthechten. In Italië wordt het middel al langer ingezet bij de spoorwegen.

Winterprikken het hevigst in de Ardennen

Testen met het middel verliepen erg goed, zo vielen er geen treinen stil doordat de stroomafnemer het contact met de bovenleiding verloor. Hierop heeft de spoorbeheerder besloten het middel algemeen in te zetten en de schraaptrein te schrappen. “Dat middel werkt tot zes weken waardoor we de werken periodiek kunnen plannen, ook in combinatie met andere infrastructurele werken”, vervolgt Vlaeminck die aangeeft dat het middel op zeven ‘hoogrisico’ lijnen wordt ingezet.

Deze lijnen concentreren zich voornamelijk in het zuiden van het land, in Wallonië. Alhoewel ook het Vlaamse spoor niet gevrijwaard is van winterprikken, doen de hevigste aanslagen van vadertje winter zich voor in Wallonië waar een licht landklimaat heerst. Door het heuvelachtige landschap is het risico van winterse neerslag er nog groter voor het spoorverkeer. Het middel wordt ook ingezet op twee lijnen nabij Brussel om het strategische hogesnelheidsverkeer extra te faciliteren.

Inzet Sandite treinen voor adhesiebehoud

Een preventieve maatregel die ook sinds enkele jaren eveneens wijdverspreid wordt toegepast, is de inzet van ‘Sandite treinen’. Deze treinen, waarvan er drie rondrijden, zorgen ervoor dat Sandite (een mengsel van aardappelzetmeel, zand en metalendeeltjes) uitgestrooid wordt op het spoor. Dit middel zorgt ervoor dat de treinsporen minder glad worden door vallende bladeren, regen of winterse neerslag.

Het gebrek aan grip, oftewel adhesie, komt voornamelijk voor in bosrijke gebieden en op plaatsen met veel hellingen. Aandachtspunten zijn hotspots zoals heuvels, dalen, overwegen en stations waar de trein moet afremmen. Daar wordt het middel gericht aangebracht. Ook deze Sandite-treinen zijn voornamelijk in Zuid-België actief. Vorig jaar werd 92.000 liter aanvloeistof gespoten, op een traject van 47.000 kilometer.

Het middel Sandite wordt op de rails gespoten om gladheid door bijvoorbeeld bladeren tegen te gaan

Sneeuw of ijs tussen de wissels

Veel problemen kunnen zich in de winter voordoen met wissels. De grootste problemen hebben betrekking op dat sneeuw dat zich ophoopt tussen de naalden waardoor de wissel niet goed meer sluit. Daardoor raakt de controle verloren. Dat gebeurt vooral wanneer er poedersneeuw valt in combinatie met wind. Ook een probleem is dat ijsblokken die zich onderaan treinstellen vormen er door schokken (wanneer ze over wissels rijden) er af kunnen vullen en tussen de wissels kunnen vallen en zo ook de boel blokkeren.

Een technologie die sinds dit jaar wordt toegepast, is het automatisch informeren van seinhuizen over de noodzaak om wisselverwarming aan te zetten, het alerteringssysteem. Infrabel heeft 80 weerstations tot zijn beschikking waarop het zijn infrabeheerstrategie mede baseert. “Die weersstations geven bij een bepaalde weersverwachting een automatisch signaal af aan de computergestuurde seinhuizen in België dat de wisselverwarming ingeschakeld moet worden”, vertelt de stiptheidsmanager.

Automatisering en sneeuwteams

Hij geeft aan dat er momenteel proeven lopen om de inschakeling van wisselverwarming geheel te automatiseren. “Momenteel moet de bedienaar zelf op de seinpost nog een functie activeren, maar is de bedoeling om op termijn de wisselverwarming automatisch te kunnen beheren vanuit het veiligheidssysteem. Hierdoor wordt de kans op menselijke fouten verder uitgeschakeld.” Door automatisering wordt ook voorkomen dat de wisselverwarming niet onnodig werkt en er energie verspeeld wordt.

IJs en sneeuw tussen de wissels wordt met branders verwijderd

Vastgevroren wissels blijven in de winter het grootste infrastructuurrisico voor vertraging van het spoorverkeer. Bij de inwerkingtreding van het winterplan worden wissels preventief gecontroleerd en ook gaandeweg de wintermaanden worden sommige wissels met regelmaat nagekeken. Vlaeminck: “Sommige wissels zijn gevoeliger voor winterse omstandigheden.”

Waar automatisering in de preventie een belangrijke rol kan spelen, blijft menselijk optreden onontbeerlijk om storingen te verhelpen. In de wintermaanden heeft Infrabel verschillende sneeuwteams klaarstaan over het hele land die in geval van storingen uitrukken en bijvoorbeeld wissels met branders of borstels ijsvrij maken.

Weerstations en overleg met NMBS

Gedurende de winter staat Infrabel ook steeds in contact met de NMBS. Als er noodweer op komst is, zoals strenge vorst, hevige sneeuwval en storm, dan komen experts van NMBS en Infrabel samen en wordt een noodplan uitgevaardigd. Denk bijvoorbeeld aan aangepast rooster met een verlaagde frequentie van het treinverkeer.

Voor dit noodplan baseert de infrastructuurbeheerder zich op de 80 weerstations en wordt er ook samengewerkt met het Koninklijk Meteorologisch Instituut van België (KMI). “Dit noodplan wordt twee tot drie dagen op voorhand uitgevaardigd zodat alle partijen de mogelijkheid hebben om zich te organiseren. Vooral het inzetten van werknemers is daarbij een complexe puzzel die gelegd moet worden”, geeft Vlaeminck aan.

‘Alle vertraging vermijden is een illusie’

Hij benadrukt dat ondanks alle maatregelen en voorbereidingen de stiptheid van het treinverkeer altijd nog onder druk komt te staan bij winterse omstandigheden. Als voorbeeld wijst hij op de stevige winterprik in de tweede week van februari toen het kwik tot min tien graden zakte. “Toen deed zich 60.811 minuten vertraging op. Een week eerder, onder mildere omstandigheden, bedroeg de vertraging 19.521 minuten.”

Deze vertraging bewijst volgens hem dat het winterplan een functie heeft. De stiptheidsmanagers hoopt de stiptheid tijdens de komende winters verder te kunnen verbeteren. Automatisering en andere bovengenoemde maatregelen moet daartoe een bijdrage leveren. “Storingen helemaal verhelpen zal echter een utopie zijn”, besluit hij.

Auteur: Jerom Rozendaal