FR NL

North Sea Port en Infrabel willen spoorvervoer met 50 procent verhogen

North Sea Port en Infrabel slaan de handen ineen en willen de komende jaren het achterlandvervoer per spoor in de haven verhogen van 10 tot 15 procent. De samenwerking werd deze week beklonken door de ondertekening van een intentieverklaring voor de oprichting van Railconnect, een havenspoorteam met vertegenwoordigers van Infrabel en North Sea Port.

Om de samenwerking tussen Infrabel en de North Sea Port, een fusiehaven van de zeehavens Gent, Terneuzen en Vlissingen, te benadrukken brachten de federale minister van Mobiliteit Georges Gilkinet en de CEO van Infrabel Benoît Gilson deze week een werkbezoek aan Gent. Bij dit werkbezoek werd de intentieverklaring voor de  oprichting van Railconnect ondertekend.

Spoorbehoeftes in kaart brengen

In dit havenspoorteam zullen mensen van Infrabel en North Sea Port vertegenwoordigd zijn. Doel van Railconnect is voor het Gentse deel van het havengebied de spoorbehoeftes op korte, middellange en lange termijn in kaart brengen. Vragen die bestudeerd worden zijn: In welke bundels moeten er sporen bijkomen of verlengd worden, waar is elektrificatie aangewezen of waar is er nood aan automatisch bediende wissels en automatische seinen?

Trein geladen in de North Sea Port

Er wordt ook onderzocht hoe de infrastructuur zo optimaal en efficiënt kan geëxploiteerd worden op basis van de behoeftes van spoorklanten zoals de industrie en verladers. Er wordt ook nagegaan of er binnen het havengebied eenvoudiger en flexibeler kan gewerkt worden wat betreft de tarifering en treinoperaties zoals het efficiënter beheren van het spoorverkeer.

Efficiënter parkeerbeleid

Verder zou een bijgestuurd parkeerbeleid efficiënter spoorverkeer mogelijk moeten maken. Men denkt dan aan het voorkomen dat treinstellen dagen of weken in de meest benutte spoorbundels staan. Zo kunnen er op deze bundels steeds treinen worden ontvangen en samengesteld. Verder worden specifieke maatregelen onderzocht voor het havenspoornet over de Belgisch-Nederlandse grens in het havengebied.

Van 10 naar 15 procent

Het spoorvervoer tussen North Sea Port en het achterland is de voorbije jaren gestaag blijven groeien. Enkele jaren terug was dit goed voor zowat 7 procent van alle vervoer tussen de haven en het achterland. Vandaag loopt dat op tot 10 procent. Het opzet is om tegen 2030 te komen tot 15 procent. Het vervoer per spoor nog meer bevorderen en met de helft doen toenemen, maakt deel uit van de ambitie inzake duurzaamheid en klimaat.

Trein geladen in de North Sea Port

Capaciteit opvoeren naast verduurzaming

Daan Schalck, CEO van North Sea Port, stelt dat verdubbeling van het railvervoer niet alleen nodig is voor de verduurzaming van het achterlandvervoer, maar dat ook de toekomstige groei van de haven erbij gebaat is. “Door middel van operationele optimalisaties van het treinverkeer en investeringen in spoorinfrastructuur blijven we als haven over voldoende capaciteit beschikken om het toenemende goederenvervoer per spoor verder in goede banen te leiden. Het laat bovendien toe om investeerders meer gebruik te laten maken van het spoornet.”

Georges Gilkinet, federaal minister van Mobiliteit, die in Gent aanwezig was, concludeert dat de spoorambities van North Sea Port in lijn liggen met de nationale ambities: “De federale regering wil in het hele land het volume van het goederenvervoer per spoor verdubbelen tegen 2030. Dat is goed voor de werkgelegenheid, de mobiliteit en de verkeersveiligheid: 1 goederentrein haalt 50 vrachtwagens van de weg.”

Waterstoftrein onderzocht

Momenteel zijn een groot deel van de sporen in de haven niet-geëlektrificeerd en rijden er diesellocomotieven op. Naast een mogelijke elektrificatie van het spoor zal ook het gebruik van groene waterstof voor spoorvervoer bekeken worden, in het bijzonder een koolstofneutrale ‘first and last mile’-exploitatie. “Dit speelt in op de ambitie van North Sea Port om een Europese koploperspositie uit te bouwen voor de productie, transport en gebruik van groene waterstof”, klinkt het.

BeHydro, een samenwerkingsverband tussen de Gentse constructeur van treinmotoren Anglo Belgian Corporation (ABC) en CMB, hebben tijdens het werkbezoek een conceptnota voor een demonstratieproject van een waterstoftrein toegelicht, samen met JOHN COCKERILL, constructeur van locomotieven uit Luik.

Auteur: Jerom Rozendaal