EU Hof verklaart Duitse spoortoegangsrechten onwettig, vrachtvervoerders noemen het ‘laatste nagel aan de doodskist’

Het Europese Hof van Justitie (HvJ) heeft geoordeeld dat het Duitse systeem voor spoortoegangsrechten voor personenvervoer over korte afstand in strijd is met de EU-wetgeving. De uitspraak van 19 maart komt voort uit een zaak die DB InfraGO en DB RegioNetz Infrastruktur GmbH hadden aangespannen tegen de Duitse regering en waarin ze de berekeningsmethode van de heffing voor de toegang tot het spoor in het personenvervoer over korte afstand (SPNV in het Duits) aanvochten.
De administratieve rechtbank in Keulen, die de zaak behandelt, had twijfels over de verenigbaarheid van deze berekeningsmethode met de EU-wetgeving. Daarom ging het in beroep bij het hoogste Europese hof, dat zijn beslissing op 19 maart 2026 publiceerde. Het Hof oordeelde dat de nationale wetgeving die spoorweginfrastructuurbeheerders verplicht om heffingen te berekenen aan de hand van een vaste wiskundige formule, hen hun onafhankelijkheid ontneemt bij het vaststellen van de heffingen, zoals vereist door de EU-spoorwegrichtlijnen.
Na de uitspraak in Luxemburg wordt de procedure voortgezet voor de administratieve rechtbank in Keulen. Een uitspraak daarover wordt niet voor de zomer van 2026 verwacht. Na de uitspraak reageerde Deutsche Bahn dat de uitspraak “onderstreept hoe belangrijk een eerlijk en duurzaam nieuw systeem voor spoortoegangsrechten is voor de industrie”.
‘Wiskundige formule leidt tot oneerlijke praktijken’
De Duitse wet in kwestie vereist de toepassing van een wiskundige formule voor de heffingen die moeten worden bepaald door de gemiddelde heffingen van een referentieperiode 2020/2021 te vermenigvuldigen met een vast jaarlijks tarief, waardoor infrastructuurbeheerders geen flexibiliteit hebben om de heffingen aan te passen. Prijsstijgingen waren voorheen beperkt tot 1,8% en zijn sinds 2026 beperkt tot 3%.
Hierdoor worden infrastructuurbeheerders gedwongen om eventuele kostentekorten in het lokale openbaar vervoer te compenseren door de tarieven in het langeafstands- en goederenvervoer onevenredig te verhogen. Sinds 2016 heeft Duitsland de spoortoegangsrechten voor lokaal reizigersvervoer per spoor gemaximeerd, waardoor het gedeeltelijk wordt beschermd tegen de hoge jaarlijkse verhogingen die worden opgelegd door DB InfraGO. Ondertussen zijn het langeafstandsgoederen- en passagiersvervoer gedwongen hogere tarieven te betalen om de kosten van DB InfraGO te dekken, waardoor het concurrentievermogen van het spoor wordt ondermijnd. Het arrest van het Europees Hof van Justitie maakt deze praktijk nu ongeldig en de Bundesnetzagentur moet de heffingen voor 2025 en 2026 herberekenen.
De industrie eist een eerlijker systeem voor spoortoegangsrechten
Peter Westenberger, directeur van de Duitse vereniging voor goederenvervoer per spoor Die GÜTERBAHNEN, noemde de uitspraak “de laatste nagel aan de doodskist voor het huidige Duitse systeem voor spoortoegangsrechten”. Hij drong er bij minister Schnieder van Verkeer op aan om het systeem zo snel mogelijk te hervormen, omdat goederenvervoerders al jaren buitensporig hoge heffingen betalen die de concurrentie verstoren en het goederenvervoer naar de weg duwen.
De Alliantie voor Spoorvervoer (Allianz Pro Schiene) verwelkomde de uitspraak ook en noemde het een mandaat voor hervorming. Dirk Flege, directeur van de Alliantie, waarschuwde dat niets doen de spoorwegdiensten voor miljoenen forenzen in gevaar kan brengen en de klimaatdoelstellingen in de transportsector in gevaar kan brengen. De sector heeft een nieuw model voorgesteld dat gebaseerd is op het principe van de marginale kosten, waarbij de heffingen de directe kosten van treinreizen weerspiegelen en de infrastructuurkosten eerlijk worden verdeeld tussen goederenvervoer per spoor, passagiersvervoer over lange afstanden en regionale diensten.
De voorgestelde hervorming vraagt ook om meer federale financiering om de last voor de spoorgebruikers te verminderen en de financiering te stabiliseren. Het doel is om tegen 2027 een nieuw systeem voor spoortoegangsrechten in te voeren, dat wettelijke naleving en eerlijke concurrentie op het Europese spoorwegnet garandeert.
De uitspraak van het HvJ is van invloed op de toegang tot het spoor voor 2025 en 2026, waarbij goederenspoorwegmaatschappijen honderden miljoenen aan terugbetalingen verwachten. De uitspraak vereist geen aanpassingen met terugwerkende kracht, maar toekomstige heffingen moeten in overeenstemming zijn met de EU-wetgeving, zodat infrastructuurbeheerders een onafhankelijk beheer kunnen voeren.
Lees meer:
- Leo Express gaat vanaf december Praag-München rijden
- De nachttrein Parijs-Berlijn is terug: European Sleeper start eerste dienst na vertrek ÖBB
Abonneer nu voor toegang tot al het nieuws
Heeft u al een abonnement? Log in.
Kies uw abonnement
Interesse in een bedrijfsabonnement? Neem contact met ons op voor de mogelijkheden.
Of
Dit artikel gratis lezen?
U kunt gratis een artikel per maand lezen. Vul uw e-mailadres in en we sturen u een link waarlangs u het volledige artikel kunt lezen. Geen betaling benodigd.




