FR NL
Een derde Belgische spoor uitgerust met ETCS

Meer treinen door rood licht, maar minder onveilige situaties door werking ETCS

Vorig jaar reden 72 treinen door rood licht. Dat is een forse stijging ten opzichte van 2020 toen het aantal rood sein-passages bleef steken op 59. Dit blijkt uit cijfers van Infrabel. De spoorbeheerder wijst er wel op dat het aantal potentieel gevaarlijke situaties die daarbij bereikt werden nog nooit zo laag was als in 2021. Dit komt volgens Infrabel door de werking van het spoorbeveiligingssysteem ETCS. 

Elke dag rijden er gemiddeld 3.800 reizigerstreinen en 400 goederentreinen op de hoofdsporen van het Belgische netwerk. Op een jaartotaal van ongeveer 1,5 miljoen treinen die 99,3 miljoen kilometer hebben afgelegd in 2021 waren er vorig jaar 72 seinvoorbijrijdingen op de hoofdsporen. Dit zijn er 13 meer dan in 2020 toen er het aantal op 59 lag. De rood sein-passages leidden niet tot ongevallen in 2021 en er vielen dus geen slachtoffers.

Voor de bijsporen op het netwerk, waar de treinen aan lage snelheid rijden (20 tot 40 km/u) en het “lege” ritten betreft zonder reizigers, is er ook een stijging van het aantal seinvoorbijrijdingen: 65 in 2021 tegenover 55 in 2020.

Minder treinverkeer door corona

De stijging van seinvoorbijrijdingen op de hoofdsporen ten opzichte van 2020 (59) wordt door Infrabel verklaard door het verminderd treinverkeer tijdens het eerste coronajaar 2020. Er werd 5,9 miljoen kilometer minder gereden waardoor de kans op het negeren van rood licht kleiner was. In vergelijking met het precoronajaar 2019 (85) ligt het aantal seinvoorbijrijdingen wel lager.

Infrabel maakt in zijn statistieken onderscheid tussen seinvoorbijrijding die gevaarlijke situaties opleveren en die geen gevaarlijke situaties opleveren. Zolang een trein het “eerste potentieel gevaarlijk punt” (voornamelijk bij een kruising met een ander spoor) na een sein niet bereikt, is er geen risico. Uit het jaaroverzicht blijkt dat het aantal gevaarlijke situaties vorig jaar lager lag dan een jaar eerder. Vorig jaar werd het “eerste potentieel gevaarlijk punt” in 18 van de 72 gevallen bereikt ofwel bij 25 procent van de seinvoorbijrijdingen. Een jaar eerder lag dat percentage nog op 36 procent.

Seinvoorbereidingen tussen 2010 en 2021

Aantal gevaarlijke situaties verminderd

Het aantal potentieel gevaarlijke situaties was volgens Infrabel zelfs nooit lager dan vorig jaar (zie grafiek). De staatsonderneming verklaart dit door de werking van het ETCS veiligheidssysteem. “De analyse van de cijfers toont aan dat wanneer het veiligheidssysteem ETCS of het automatische stopsysteem TBL1+ tussenkwam, het eerste potentieel gevaarlijk punt – zoals de kruising met een ander spoor – in 88 procent van de gevallen vermeden werd”, verduidelijkt woordvoerder Frédéric Petit.

Hij voegt er aan toe: “In de resterende gevallen was er geen tussenkomst van TBL1+/ETCS mogelijk aangezien het onder andere ging over het opduwen van een trein en rangeerbewegingen maar dit was telkens aan heel lage snelheid (minder dan 20 km/u).”

627 km spoor uitgerust met ETCS in 2021

Infrabel ziet in de resultaten de bevestiging van de noodzaak om verder te blijven investeren in veiligheidssystemen en de uitrol van het ETCS. “Wanneer een treinbestuurder sneller rijdt dan toegelaten of wanneer hij de seinen niet respecteert, zal het systeem onmiddellijk een noodremming uitvoeren.”

Vandaag beschikt 39 procent (of 2.458 kilometer) van de hoofdsporen over ETCS. In 2021 werd er 627 kilometer spoor met ETCS in dienst genomen. Het doel is om tegen eind 2025 het volledige Belgische spoorwegnet uit te rusten.

Sensibiliseringsacties onder personeel

Tevens zette Infrabel in 2021 verschillende sensibiliseringsacties op touw op zijn eigen treinbestuurders, maar ook ander spoorpersoneel zoals seinhuismedewerkers, te waarschuwen voor de gevaren van seinvoorbijrijdingen.

Lees ook: Infrabel brengt met open data ERTMS-uitrol in kaart

Auteur: Jerom Rozendaal